Geschiedenis ?>

Geschiedenis

GESCHIEDENIS

Jaarlijks in november verleent de “NOBELE ORDE van de PAPEGAY” als “Orde van verdiensten” eretekens aan gildebroeders en andere schutsbroeders welke zich door hun houding, inzet of kunnen, lieten opmerken in het Europese traditionele schutterswezen.
Ook uw vereniging, als volwaardig erkende historische schuttersgilde of schutterij, is gemachtigd verdienstelijke leden eervol te laten opnemen in de “Ordo Nobilis Papegayi”

HISTORIEK
Reeds in de vroegste tijden werd in de bestaande broederschappen van handboog-, kruisboog- of buksgilden op de koningsvogel, de “Papegay”, geschoten. Dit was – en is nog steeds – een rudimentair uit hout samengestelde of gekapte vogelfiguur, doorgaans beschilderd met opzichtige kleuren en oorspronkelijk geplaatst op de kerktoren of op een molenwiek. Heden ten dage staat hij meestal op een hoge mast of wip.

De schutter die er toe kwam deze vogel af te schieten kreeg het recht om tijdens heel het volgende jaar de gilde te vertegenwoordigen, waarbij hij alle eerbewijzen in ontvangst mocht nemen.

Tijdens heel het jaar van zijn koningschap was hij trouwens een zeer gerespecteerd iemand, door iedereen bewonderd, die in zijn vereniging dat jaar vrijgesteld werd van heel wat verplichtingen en bijdragen. Wanneer de gilde door het dorp of de stad defileerde was hij steeds de hoofdfiguur en droeg de resten van de afgeschoten koningspapegaai op zijn borst.

Deze schutter werd en wordt “KONINCK” genoemd.

Daar het er bij het koningschieten niet zozeer op aan kwam een goede schutter te zijn, maar het eerder een gelukskwestie was, werd deze schieting dan ook aanzien als een “Godsoordeel”: God leidde de hand en het wapen van de schutter, zodat alle schutters – en ook de minder goede – evenveel kans maakten om zich “Koninck” te schieten.

Het dragen van de “koninckspapegay” werd dan ook aanzien als de hoogste eer welke een gildebroeder te beurt kon vallen.

De “Orde van de Papegay” werd in 1975 ingesteld als Europees instituut van verdiensten en is onafhankelijk van enige federatie, verbond of overkoepelend orgaan.
Zij heeft tot doel:
“ …… diegenen te eren en te honoreren welke door hun fysische inzet of morele steun bijdragen tot de instandhouding en uitstraling der schutsbroederschappen, schutterijen, gilden of gelijkaardige verenigingen of zich verdienstelijk maakten bij de culturele of sociale werking van deze verenigingen welke behoren tot het volksculturele patrimonium van Europa. “

en zij richt zich uitsluitend tot die verenigingen die een historisch verantwoord verleden als gilde, schutsbroederschap, schutterij of gelijkaardige vereniging kunnen aantonen welk ook het wapen dat beoefend wordt; handboog, kruisboog, of buks. Ook imkers en schermers horen hierbij.

De eretekens worden enkel verleend aan personen die zich inzetten om de traditionele waarden in deze verenigingen te handhaven of te doen herleven.

De Orde betracht eveneens, al naar gelang haar mogelijkheden, deze gilden en/of schutterijen te steunen in de handhaving of uitbouw van hun patrimonium.

In verband met de hoge eer verbonden aan de koninckspapegay werd de orde genoemd
“ ORDE van de PAPEGAY “

Het symbool van de Orde is dan ook
….. op azuren achtergrond, in email, een gekroonde papegaai met gespreide vleugels, naar rechts ogend. In zijn klauwen een omgekeerde bourgondische vuurslag. De papegaai en de vuurslag zijn in brons, zilver of goud al naar gelang de waarde van het ereteken.

Het ereteken werd ontworpen en samengesteld door de Leuvense Professor Julien Bal, lid van de Koninklijke St.Jorisgilde van Brussel.

De heraldische kleuren op het lint van de orde zijn deze die traditioneel gevoerd werden door de oude schuttersgilden. T.w.
Azuur = kleur van de kolveniers en de schermers
Zilver en Keel = kleuren van de kruisboogschutters
Goud en Keel = kleuren van de handboogschutters
(Azuur = Blauw / Keel = Rood / Goud = Geel / Zilver = Wit)

Het verkrijgen van een ereteken van de orde betekend dan ook dat de daden van de betreffende gilde- of schutsbroeder verder zijn doorgedrongen dan enkel tot zijn vereniging of gewestelijke gildefederatie en zij nationaal èn internationaal belangrijk genoeg geacht worden om, over alle beperkende gevoelens en grenzen heen, beloond te worden.

Het grootmeesterschap van de orde werd toevertrouwd aan
Dr.Jur.Ph.E.C.S.M. Leroy, Consul-Generaal der Nederlanden te België

Door haar intense werking groeide de orde uit tot een broederschap van personen die een gezamenlijk doel voor ogen hebben en bereid zijn zich hiervoor in te zetten in een geest van ridderlijkheid waarbij zij ook buiten de grenzen van hun eigen gilde of schutterij mogen treden.
Als soeverein en autonoom “instituut van verdiensten “ breidde het werkterrein van de Orde zich uit over gans Europa en nam haar uitstraling steeds toe.

Teneinde de hoge standing en het waardevolle van haar doelstelling en werking te bevestigen nam de Orde in oktober 1992 het juridisch statuut aan van “Vereniging zonder Winstoogmerk” (VZW) en wijzigde haar naam in
NOBELE ORDE van de PAPEGAY
Ordo Nobilis Papegayi

Het grootmeesterschap van de Orde werd destijds toevertrouwd aan  graaf Daniël Le Grelle, wiens familie in het verleden heel wat bindingen had met de Antwerpse wapengilden. In oktober 1992, verzocht hij, om gezondheidsredenen, van zijn functie te worden ontheven, hij werd tijdelijk opgevolgd door prins Philippe de Chimay, hoofd van het huis Chimay.

Daar de prins de Chimay in 1995 eveneens de wens uitte om terug te treden werd het grootmeesterschap vanaf dan waargenomen door graaf John Marnix de Sainte-Aldegonde, nazaat van Filips de Marnix, Heer van Sainte-Aldegonde (1540-1598), rechterarm van prins Willem van Oranje.
Nadat ook deze de raad van, bestuur verzocht ontslagen te worden als grootmeester was de Orde genoodzaakt te voorzien in zijn opvolging.  Graaf Henry Le Grelle – neef van de eerste grootmeester – behaagde in te gaan op het verzoek de taak van grootmeester op zich te nemen.
Tijdens een feestelijke installatieplechtigheid in het kasteel “Reigershof” te Berendrecht werd hij beëdigd en kreeg hij de zilveren grootmeesterketen omgehangen.

In 2013 wenste graaf Henry Le Grelle terug te treden en werd Dr. Jur. Philippe Leroy , Consul-Generaal der Nederlanden in België, bereid gevonden hem op te volgen.

Elke erkende historische gilde of schutterij heeft het recht voorstellen in te dienen om volgens de geldende normen leden te doen opnemen of te laten promoveren in de Orde.

De kanselarij van de Orde beoordeelt het dossier en legt de benoemingen of promoties voor aan de grootmeester welke ze bevestigt met zijn handteken.

Jaarlijks vindt te Antwerpen (België) een investituurplechtigheid plaats in het historische “Kolveniershof” alwaar de eretekens worden uitgereikt.
Deze plechtigheid wordt bijgewoond door een 200-tal aanwezigen, de leden van de kanselarij, de leden van de raad van bestuur en van vele prominenten uit de binnen- en buitenlandse gilde- en cultuurwereld.

Tot nog toe (1975-2013) werden 1005 eretekens uitgereikt en heeft de “Nobele Orde van de Papegay” gemedailleerden in België (Vlaanderen, Wallonië, het Duitstalige landsgedeelte en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest), Duitsland, Engeland, Frankrijk, Italië, Liechtenstein, Nederland, Oostenrijk, Zweden en Zwitserland.

De “Nobele Orde van de Papegay” hecht veel waarde aan het specifieke en ceremoniële karakter van haar Investituur, het uitreiken van de onderscheidingen.  Deze manier van handelen heeft de basis gelegd voor het succes van de

NOBELE ORDE van de PAPEGAY
ORDO NOBILIS PAPEGAYI